Het is alweer bijna drie weken geleden dat mijn tante Gré is overleden, 97 jaar oud. Ze was de oudste zus van mijn vader, en ik ben naar haar vernoemd. Drie jaar geleden ben ik nog even bij haar op bezoek geweest in het verzorgingshuis waar ze destijds jarenlang hoofd van de verpleging/directrice was. Zelfs op haar 94e had ze het nog zo druk met allerlei zaken, dat het nog niet eens zo eenvoudig was om een voor haar geschikte tijd voor mijn bezoekje te vinden. Maar het is gelukt, gelukkig! Toen zag ze heel slecht, hoorde slecht, maar we hebben heerlijk zitten praten, foto's gekeken, en veel te veel chocoladepaaseitjes gegeten - dat was óók in maart.
Eén van mijn neven heeft me sindsdien regelmatig op de hoogte gehouden, en schreef al een tijd geleden dat tante Gré erg zwak werd. Uiteindelijk werd ze in het ziekenhuis opgenomen, en daar is ze in rust en vrede gestorven. Inmiddels waren zowel in Nederland als in Zweden de 'Corona-maatregelen en -adviezen' aangescherpt, dus even snel een ticket boeken om bij de crematie te kunnen zijn was er niet bij. Dat voelde heel naar.
Bij ons op en rond de torp zouden we zonder internet niet eens iets van Corona gemerkt hebben: alles lijkt zo volkomen hetzelfde als altijd ... en ondertussen draait de wereld door en de mensen dol. De aanvankelijke berichten aangaande de crematie zeiden, dat er 30 mensen bij mochten zijn, en wie dat wilde, moest dat vantevoren laten weten. Al heel snel daarna kon ook dat niet eens meer. Ik kreeg een link met een code in de post. Wanneer ik die opende, zou de crematie online te volgen zijn. Richard en ik hebben samen zitten kijken, telden nog geen 10 mensen in de aula, die ook nog eens ver uit elkaar zaten. Bloemen waren er, veel bloemen, daar hebben we dankzij internet nog aan kunnen bijdragen. Maar zo geliefd als tante Gré altijd was, had die aula bomvol horen zitten. Zo onwerkelijk!
Tante Gré heeft geluk gehad: ze heeft 'gewoon' mogen sterven. Toen mijn neef een paar dagen geleden nog even naar het verzorgingshuis belde om te horen hoe het er voor stond, kreeg hij te horen dat er inmiddels 13 bewoners aan Corona waren overleden, en nog eens 15 op een externe afdeling lagen om te sterven. Dan praat je over meer dan een kwart van het aantal mensen die daar woonden. De verzorging van de nog gezonde bewoners was inmiddels een probleem, omdat veel personeel ziek thuis was, in quarantaine. Het kwam opeens heel erg dichtbij...
Wat merken we hier nu helemaal? In Stockholm bijna de helft van het totale aantal gevallen van heel Zweden. Dat lees je dan. Als ik kennissen in Molkom vraag (via WhatsApp), hoor ik dat hun kinderen de boodschappen voor ze doen. Gisteren heeft Richard Yuri opgehaald uit Jönköping, zodat het openbaar vervoer vermeden kon worden. Die heeft zich de afgelopen weken op zijn kamer verschanst, werkend aan zijn thesis. Dat kan hier ook, vonden we, hier kun je ook gewoon een lange wandeling gaan maken met de honden. Hout klieven in de tuin voor volgende winter of die erna.
Vrijdagochtend reed ik met Ronja naar Karlstad, de Roversdochter moest nódig geknipt worden. Ze werd buitenshuis aangenomen en weer afgeleverd, geknipt en wel. In de tussentijd deed ik boodschappen. Niemand die karretjes stond schoon te maken, maar ik was voorbereid: werpweghandschoenen voor eenmalig gebruik. Niks aantrekken van de rare blikken. Bij de kassa kon ik bliepen, en de code inslaan met het uiterste puntjes van mijn betaalkaart. De kassajuffrouw zat onbeschermd zonder handschoenen achter de lopende band... Bij het tuincentrum en de apotheek stond een lijn op de vloer, anderhalve meter was het devies. Desinfectans was nog steeds niet te koop. Daarna even zitten studeren bij de bibliotheek, daar hield iedereen in ieder geval netjes afstand, ik was er bepaald niet de enige. Terug lopend naar een vrijwel lege parkeergarage (dat dan toch wel) heb ik me verbaasd over het aantal mensen dat in kluitjes rondliep of stond te praten. De verdeling was zo'n beetje half/half tussen mensen die uitweken, afstand hielden, en mensen voor wie er blijkbaar niets aan de hand waren omdat ze nu eenmaal niet ziek waren. Op een bouwsteiger werd voluit geniest, het klonk niet bepaald gedempt. Drie daklozen stonden te praten, één ervan continu recht voor zich uit hoestend… Luguber, vond ik.
Nee, doe mij maar de torp.
Voorlopig voelen we ons hier veilig.
Zorgen jullie allemaal goed voor jezelf, doe voorzichtig, en blijf gezond, daar in het verre Nederland!
