Binnenkort is het weer Lucia, dit jaar zelfs op vrijdag de 13e. Ik heb al wel eens eerder geschreven over de Zweedse viering van Sankta Lucia, een van Sicilië overgewaaide traditie. Zegt men. Maar het blijkt ingewikkelder te zijn dan ik dacht, zoiets als met Sinterklaas, en dan met name de oorsprong van de Zwarte Pieten. Dit naar aanleiding van een bewerking van Benjamin Britten's komische opera Albert Herring, die Wermlands Opera momenteel op het programma heeft. Van Herring (haring) naar Strömming is voor Zweden niet zo'n grote stap, daarna kan men volstaan met het aanmeten van Zweedse namen voor de andere personen, het bewerken van de muziek voor een klein orkest als dit, en het verplaatsen van de handeling naar, inderdaad, Lucia.
Het verhaal gaat als volgt: het feestcomité van het dorp is bij elkaar geroepen om te beslissen over wie de Lucia van dit jaar zal zijn. Ditmaal neemt een voormalig bewoonster van het dorp 'het helemaal over', deugdzaamheid moet voorop staan, en ze looft een prijs uit van 55.000 kronen (5500 euro) voor wie aan de eisen kan voldoen. Maar wíe van de meisjes ook voorgesteld worden, er is er niet één die haar goedkeuring kan wegdragen. Men zit zodoende met een heel groot probleem: hóe kan de Lucia-viering tóch doorgaan? Na een hoop onderling gekibbel besluit men om Albert Strömming tot Lucia te kronen. Al is hij een jongeman, kon hij nooit goed leren op school, is hij vreselijk verlegen, hij helpt zijn moeder heel trouw in de lokale winkel. Springt nooit uit de band, is, kortom, superbraaf en deugdzaam.
Zoals te verwachten is hij in eerste instantie te verbluft om te protesteren, en als hij na vertrek van de commissie tegen zijn moeder zegt dat hij niet van plan is om aan die onzin mee te doen, maakt hij geen schijn van kans: voor zijn moeder zijn die 55.000 kronen op dat moment veel belangrijker. Zoals het in een opera hoort te gaan, komt hij in opstand, en verdwijnt na het feest spoorloos, mét de 55.000 kronen. De paniek is groot, het hele dorp zoekt, er ontstaan een massa schuldgevoelens bij vrijwel iedereen, uiteindelijk wordt hij op een brancard onder een zeil binnengedragen: hij is overreden. En dood. Denkt men. Maar omdat het nu eenmaal een komische opera is, springt hij plotseling van de brancard: hij heeft iedereen een lesje willen leren, die nacht van alle verboden vruchten geplukt, en hij eindigt waar hij begon: in de winkel van zijn moeder.
Al kijkend en luisterend begon ik me af te vragen wát nu eigenlijk de bedoeling geweest kan zijn van deze versie. Probeert men alleen maar één van de oude tradities belachelijk te maken en zo ja, waarom? Of zit er meer achter? Ik ben voor het laatste, maar oordelen jullie zelf; ik ben op de zweedse wikipedia gaan zoeken, en heb het volgende gevonden:
Zowel de feestdag ter ere van de heilige Lucia als de naam van Lucifer (waarvan gezegd wordt dat hij in deze donkerste nacht van het jaar bijzonder actief was) liggen qua naam dicht bij het latijnse woord voor licht: lux. Maar de gewoonte om de terugkomst van de zon te bezweren en te vieren heeft eerder voorchristelijke wortels. De rode band van zijde die Lucia om haar middel draagt zegt haar marteldood te symboliseren. Behalve dat heeft de zweedse luciafiguur eigenlijk erg weinig met de Heilige Lucia van doen.
Openluchtmuseum Skansen nam de luciatraditie op in 1893, hoofdzakelijk omdat het een oude traditie was, waard om te bewaren. Het moderne luciafeest maakte furore toen Stockholms Dagblad in 1927 een luciawedstrijd arrageerde, met openbare luciaoptocht. De gewoonte vond daarna snel navolging door het hele land, niet in het minst als gevolg van inititief van de lokale pers.
Stormen van haat ontstonden toen kinderen met donkere huid de norm braken en de luciakroon mochten dragen, gevolgd door sterke tegenreacties. Jongens hebben ook als Lucia opgetreden ondanks het feit dat dat sterke protesten opriep onder traditionalisten. Tegenwoordig is het redelijk normaal dat in bepaalde steden in Zweden mannen met baard voor de luciaverkiezingen genomineerd worden. De verklaring daarvoor is, dat de luciatraditie allereerst aan de universiteiten vaste voet aan de grond kreeg. En daar waren in die tijd nog geen vrouwelijke studenten.






