Op een bepaald moment ben je zo ver noordelijk in Zweden, dat de plaatsnamen niet alleen in het Zweeds, maar ook in het Sami aangegeven staan, de taal van de "Lappen" (scheldwoord!), oftewel, het Sami-volk. De Sami zijn een nomadenvolk, beroemd om hun rendierkuddes, en aangezien rendieren geen besef hebben van staatsgrenzen, zijn de Sami van oudsher gewend vrijelijk rond te trekken door noord Scandinavië, tot ver in Rusland. Ik ga hier niet over de Sami beginnen, dat doe ik elders nog wel eens, want jullie begrijpen wel dat een dergelijke leefwijze, in de moderne tijd problemen oplevert, neem ik aan...
John Bertil (Beppe) Wolgers speelde de vader van Pippi Langkous in alle 4 films, en eveneens de vader van Jens in de film Dunderklumpen (1974), die zich afspeelt op het eiland Öhn bij Strömsund. De reus Jorm uit de film, zes meter hoog, werd op het openluchtmuseum in Strömsund onthuld op de avond van de wereldpremiére van de film, in Strömsund, uiteraard...
Dunderklumpen is een trol die zich wat eenzaam voelt, hij sluipt daarom tijdens de midzomernacht een kinderslaapkamer in en tovert het speelgoed tot leven: een romantische beer, een ijdele pop, een grappig konijn en een dapper tijgertje met een te grote broek. Als Jens erachter komt dat Dunderklumpen de pluchebeesten van zijn zusje ontvoerd heeft, achtervolgt hij hem. Zijn vader (Beppe) wordt gewaarschuwd door een hommel dat Jens op avontuur is en hij achtervolgt zijn zoon, terwijl in het donkere bos ook nog eens een dief de geldmolen van Dunderklumpen probeert te stelen! Er volgt een doldwaze achtervolging door het bos met sprekende bomen en verdrietige huizen, zingende bergen, een geit en een toverfee...
Maar voordat we naar het openluchtmuseum gingen, liepen we een wandeling op een jogging-pad bij het meer, waarbij de opdracht voor de honden luidde: Blijf rustig naast het vrouwtje lopen, ook als we door rennende mensen worden ingehaald, iemand ons tegemoet komt met een hele grote en drie kleine hondjes, én als er iemand naast het pad Chi Gong oefeningen aan het doen is.
Daarna dacht ik rustig koffie met een gebakje te kunnen eten in het cafeetje van het museum, waar de deur uitnodigend open stond. Maar we werden al snel buiten gezet: of ik het bordje op de deur niet had gezien dat honden niet binnen mochten? Nou, néé, eigenlijk niet, want de deur stond open, en het is niet mijn gewoonte om elke openstaande deur aan de buitenkant op bordjes te controleren... Dus ik zat met een zuur gezicht buiten in de motregen met een veel te zoet gebakje, zure koffie en twee vermoeide hondjes... Niet leuk.
Toen waren ook nog eens alle gebouwen (behalve de souvenierswinkel waar ook geen honden in mochten) dicht. Behálve een piepklein winkeltje met een fietsenrek ervoor waar ik de hondjes kon vastzetten zodat ze droog onder een boom zaten, en waar een hele lieve mevrouw mij van alles vertelde over de produkten van de streek.
Iemand ooit beverworst gegeten?
Dan was er ook nog Tjockmjölk, in Duitsland bekend als Dickmilch, dikke melk dus. Het is een soort yoghurt met een heel typische smaak waar je absoluut, of absoluut niet van houdt, zoals dat met karnemelk gaat. Het ene potje kocht ik om te proeven, met de inhoud van het andere potje schijn je nieuwe tjockmjölk te kunnen maken: voeg er een liter volle melk aan toe, laat het een etmaal staan, en klaar is Kees. Ik laat t.z.t. nog weten of dat is gelukt...
Zo klaarde mijn humeur weer op, evenals het weer, en we hebben nog een hele tijd door het stadje gezworven.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten