Toen we de torp kochten, hebben we ook een overeenkomst getekend waarin was vastgelegd dat we gebruiksrecht hebben van de bron die op andermans grond ligt. Ons kraanwater is dus puur bronwater. Hoe puur, dat moeten we af en toe wel even laten testen, want in Zweden zit er nogal wat metaal in de grond, en radon. Niet door verontreiniging, maar van nature. Van een bedrijf wat zich daarmee bezighoudt kregen we na de verhuizing een aanbieding voor een watertest tegen gereduceerde prijs, en aangezien de laatste test minimaal drie jaar geleden was uitgevoerd, wachten we nu op een klein flesje, dat met de post moet komen, en dat we met wat water erin moeten opsturen.
Al sinds de oudheid werden nederzettingen gebouwd in de buurt van water - om te drinken, om op te varen, om planten mee te bewateren. Tegenwoordig is er water waar men wil dat het is, het is gewoon een kwestie van leidingen trekken. Maar tot niet zo heel lang geleden, zelfs tot rond 1950, zocht men water op andere manieren, om water te kunnen vinden had men heel andere kwaliteiten nodig dan nu.
Er zijn mensen die (over-)gevoelig zijn voor electriciteit. Dat is niet zo handig. Er zijn ook mensen die dat zijn voor water en dát kan wél handig zijn. Wanneer zo iemand dan ook nog eens beschikt over de overgeleverde kennis en ervaring van ettelijke generaties... je wilt natuurlijk niet voor niks twee of drie of tien meter graven om vervolgens geen water te vinden! Zeker niet in de tijd waarin er met de hand gegraven werd, en dan in rotsige bodem... Het mag dan zo zijn dat het gebruik van wichelroedes nu afgedaan wordt als bijgeloof, ik kan me haast niet voorstellen dat die dingen puur als volksverlakkerij zijn bedacht.
Natuurlijk ging het niet alleen maar om het uitslaan van de wichelroede - ooit een padvinder gezien die alleen maar met een takje in de grond op basis van de schaduw bepaalt in welke richting hij zijn pad moet vinden? De wichelroedelopers wisten heel goed wáár ze moesten gaan zoeken: ze hadden een enorme kennis. Hoe een boom groeit, en waar, en wát voor boom bovendien. Hoe het landschap eruit ziet waar water in de grond zit. Of in de rots - wat voor soort gesteente in de rots de doorlaatbaarheid voor water makkelijker maakt. (In dat verhaal van Mozes zit natuurlijk een kern van waarheid.) Vond zo iemand een waterader, dan wist hij meteen dat er vermoedelijk nog een waterader moest zijn, een meter of twintig verderop. En vond hij kruisende aders in alle windrichtingen, dan kon hij vrijwel zeker zijn van resultaat.
Van wat we nu allemaal kunnen, had men in vroeger tijden geen idee. Wat men toen kon, dat is nu voor een groot deel verleerd en vergeten. Maar stel je voor, dat je met de auto komt te staan, midden in het bos, met een lange weg te gaan, maar je flesjeswater is al op, je hebt honger, dorst, en je bent moe. Dan heb je geen klap aan internet. Men mag het zwaar hebben gehad, vroeger, heel zwaar, maar de kennis over water, vuur, aarde en lucht had men. Omdat het absoluut noodzakelijk was.
En waar ík dan wel al die kennis vandaan heb die ik loop te spuien? Gewoon: ik ben weer eens bij de bibliotheek geweest en vond een paar leuke boeken. Jullie horen er zeker meer over. En of ons bronwater in orde is, dat zal ik even laten weten tegen die tijd...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten