Nu heb ik wikipedia even geraadpleegd:
Tijdens de 17e eeuw werd het begrip ¨torp¨ steeds meer gebruikt voor een heel klein boerderijtje, op het land van een hereboer, of op land van de staat. De bewoners, ¨torpare¨ genoemd, mochten er wonen in ruil voor arbeid voor de landeigenaar. Ze kregen een lapje grond om wat groente te kunnen verbouwen voor eigen gebruik, sommigen hadden een geit, wat kippen of konijnen. Omdat de torpare geen eigenaar van de grond waren, hadden ze ook geen recht van spreken in de verschillende administratieve en organisatorische organen.
Tussen 1907 en 1909 werden wetten aangenomen die daglonersarbeid gelijkstelden aan loon tegen kontante betaling, waardoor de positie van de torpare werd versterkt. Een groot aantal torpare zag kans om hun torp vrij te kopen, zodat ze opklommen tot grond-en-huis-eigenaren. Door een wet uit 1943 werd het werken als dagloner verboden, waardoor het begrip torp zijn oorspronkelijke betekenis verloor.
Tegenwoordig wordt het begrip meestal gebruikt voor een klein, ouder huisje op het platteland, dat vaak alleen als zomerhuisje gebruikt wordt. Zelfs worden grotere woonhuizen zo genoemd, maar dan kun je er vanuit gaan dat het ooit een kleine torp geweest is, die een lange klassenreis gemaakt!

Noemde ik al de verwantschap met de woorden dorp en Dorf, wat te denken van onze eigen Hollandse ¨terp¨? Een verhoging, in Nederland dan vaak speciaal aangelegd, waarop huis of boerderij gebouwd werden? Wanneer ik goed om me heen kijk, liggen vrijwel alle torpen op een helling. Ook die van ons.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten